Waarom het Nederlands geen wereldtaal is

Waarom het Nederlands geen wereldtaal is

Jun 01, 2026

Hoi, mijn naam is Mark. Leuk dat je luistert naar de eerste echte aflevering Van Dutch naar Nederlands, de podcast voor iedereen die wel graag Nederlands wil leren, maar niet per se in Nederland of België woont.

Vreemde taal

Ik weet natuurlijk niet waarom jij Nederlands leert, maar het is niet zo moeilijk om een paar redenen te bedenken waarom iemand een vreemde taal (1) zou willen leren. Sommige mensen hebben een buitenlandse partner en dus een buitenlandse schoonfamilie. Of ze willen een cultuur beter leren kennen. Er zijn bijvoorbeeld best veel mensen die Japans of Koreaans studeren omdat ze gek zijn op manga of K-pop. Er zijn zelfs mensen die een taalcursus doen voordat ze naar een bepaald land op vakantie gaan. Petje af, want daar ben ik niet slim genoeg voor.

Een reden om bijvoorbeeld Engels te leren is dat je veel meer kans hebt op een goede baan. En als je op vakantie gaat naar Litouwen of Bulgarije maar geen tijd hebt om eerst Litouws of Bulgaars te leren, dan kom je met Engels meestal ook een heel eind (2). En als je daarnaast ook nog een woordje Spaans spreekt (3), dan kun je in Amerika met bijna iedereen communiceren, van Alaska in het hoge noorden tot Vuurland in het zuiden van Argentinië.

Waarom het Nederlands geen wereldtaal is geworden

Voor het Nederlands geldt dat niet, want het Nederlands is geen wereldtaal. Dat lijkt logisch, want er zijn wereldwijd immers maar ongeveer 24 miljoen Nederlandstaligen en die wonen bijna allemaal in Nederland en België, een heel klein stukje van onze planeet. 24 miljoen Nederlandstaligen dus, vergeleken met bijvoorbeeld meer dan 300 miljoen mensen die Frans spreken, een taal die in 29 landen de officiële taal of één van de officiële talen is.

Maar een paar honderd jaar geleden was het helemaal niet zo vanzelfsprekend dat Frans en Engels wel zouden uitgroeien tot wereldtalen en het Nederlands niet. Nederland, Spanje, Frankrijk, Rusland, Engeland en Portugal waren stuk voor stuk koloniale grootmachten. Maar alleen het Nederlands is een kleine taal gebleven. Hoe komt dat? Portugal was en is óók een klein Europees land en toch spreken wereldwijd 250 tot 275 miljoen mensen Portugees. Ruim tien keer meer dan Nederlands dus. Waarom is het Portugees zo groot geworden en het Nederlands zo klein gebleven? Waarom spreken ze in Brazilië wel Portugees, maar in Indonesië geen Nederlands? Op die vraag krijg je een antwoord in het boek Babel, dat is geschreven door de Nederlandse taalkundige Gaston Dorren.

Een belangrijk verschil tussen Brazilië en Indonesië is dat veel oorspronkelijke bewoners van dat Zuid-Amerikaanse land stierven aan allerlei ziektes; ziektes waartegen de volkeren van Indonesië immuun waren. Er waren dus verhoudingsgewijs, dat wil zeggen: relatief, veel Portugezen in Brazilië en weinig Nederlanders in Indonesië. Maar niet alleen relatief: ook in absolute aantallen verhuisden er heel veel Portugezen naar Brazilië, vooral om daar naar goud te zoeken. In de achttiende eeuw vertrokken naar schatting 600.000 Portugezen naar Brazilië. Dat is één op de drie Portugezen, oftewel 33 procent. Zoals je dankzij Amerikaanse films vast wel weet, zijn de meeste goudzoekers ongetrouwde mannen. Maar in Brazilië vonden veel van die mannen een inheemse vrouw en werd Portugees de taal van het nieuwe gezin.

De tweede grote migratiegolf begon rond het jaar 1880. Tussen 1880 en 1960, een periode dus van tachtig jaar, emigreerden bijna anderhalf miljoen Portugezen naar Brazilië. Een onvoorstelbaar groot aantal mensen. In deze periode ging het niet alleen om ongetrouwde mannen, maar vaker om complete gezinnen. Het ging toentertijd niet echt goed met de Portugese economie en dus probeerden veel Portugezen in een ander deel van de wereld een beter leven op te bouwen. Dat Portugal in die tijd een arm land was, blijkt ook wel uit het feit dat veel mensen niet konden lezen en schrijven. Bijna 60 procent van alle Portugezen die aan het begin van de twintigste eeuw aankwamen in Brazilië was analfabeet. Ter vergelijking: van de Duitse emigranten naar Brazilië was maar 13 procent ongeletterd.

Samengevat: de stroom Portugezen naar Brazilië was massaal en de inheemse bevolking was door ziekte en slavernij sterk afgenomen. En zo komt het dus dat tegenwoordig 80 procent van alle Portugeestaligen in Brazilië woont en slechts 4 procent in Portugal zelf. Trouwens, ik vraag me af wat Brazilianen ervan vinden dat hun taal nog Portugees heet. Zou die niet beter Braziliaans kunnen heten? Kom jij zelf uit Brazilië, laat dan op de Instagram-pagina van Van Dutch naar Nederlands weten wat jij daarvan vindt. En natuurlijk ben ik ook benieuwd naar de mening van de Portugezen die naar deze podcast luisteren.

Goed, veel Portugezen in Brazilië dus. Daarentegen verhuisden er weinig Nederlanders naar Indonesië. Bovendien waren de lokale bevolkingsgroepen daar zo groot, zo omvangrijk, dat de invloed van die paar Nederlanders erg klein was, in taalkundig opzicht dan. Ik kon in het boek van Gaston Dorren niet vinden hoeveel Nederlanders nu eigenlijk naar Indonesië zijn gemigreerd, maar volgens een artikel over dit onderwerp ging het meestal om niet meer dan een paar honderd Nederlandse of andere Europese burgers per jaar. Die migratie had dus niet veel om het lijf, stelde dus niet veel voor. Een paar honderd mensen per jaar! Geen wonder dat het Nederlands op het Indonesische eilandenrijk een irrelevante taal is gebleven. Volgens Dorren sprak in de jaren 1940, dus kort voor de onafhankelijkheid van Indonesië, slechts anderhalf procent van de niet-Europese bevolking in Indonesië Nederlands.

Hoe komt het dan dat het Nederlands in Suriname wel een belangrijke rol speelt? Volgens Dorren is de reden dat er in Suriname diverse inheemse talen werden gesproken, maar dat er niet één dominante inheemse taal was. Daarom werd het Nederlands gebruikt als een soort compromistaal, vergelijkbaar met de rol die het Engels speelde in bijvoorbeeld India en de Filipijnen.

En België dan? Had België soms geen kolonie? Zeker wel. Vanaf 1876 tot 1960 was Congo een kolonie van België. Toch is het Frans daar de belangrijkste taal geworden, en niet het Nederlands. De oorzaak daarvan ligt in België zelf. In België wonen weliswaar meer Nederlandstaligen dan Franstaligen, maar tot ver in de twintigste eeuw speelde het Frans een dominante rol. Frans was de taal van de politieke en economische elite. In het leger, in het onderwijs en bij de overheid werd Frans gebruikt. Pas in 1930, dus minder dan een eeuw geleden, kreeg België zijn eerste Nederlandstalige universiteit, namelijk de Universiteit van Gent. In België zelf speelde het Nederlands dus lange tijd een ondergeschikte rol, een minder belangrijke rol. Of, als je een mooie uitdrukking wilt gebruiken, kun je zeggen dat de Franstaligen in België de eerste viool speelden en de Nederlandstaligen de tweede viool. Om die reden is het Nederlands in de Democratische Republiek Congo vandaag geen factor van betekenis.

Oké, even fantaseren... Als alle inwoners van het huidige Indonesië en van de Democratische Republiek Congo Nederlands hadden gesproken, dan zouden er wereldwijd nu ongeveer 420 miljoen Nederlandstaligen zijn geweest. 420 miljoen, bijna 17 keer zoveel als vandaag. Het Nederlands zou dan de op-vier-na grootste taal ter wereld zijn, bijna net zo groot als het Japans en het Frans samen. Maar goed, in Indonesië en in de Democratische Republiek Congo spreken ze geen Nederlands, zo simpel is het nu eenmaal.

(Uit)leenwoord

Dan komen we nu voor de eerste keer bij de rubriek het uitleenwoord of het leenwoord van de week  en als leenwoord voor deze aflevering heb ik gekozen voor “cashew”, het nootje van de cashewboom. De oorsprong van cashew is het Portugese woord “cajú”, gespeld met c, a, j, en een u met een streepje erboven. Het Portugese woord “cajú” is op zijn beurt weer afgeleid van het woord… van een woord uit de Tupi-taal, een taal die door het inheemse Tupi-volk van Brazilië werd gesproken. Werd gesproken, inderdaad, want de Tupi-taal schijnt bijna uitgestorven te zijn.

imageDe vruchten van de cashewboom. Het nootje zit in het groene vruchtje onderaan. Bron: Wikimedia Commons

Volgens het woordenboek bestaat er ook een Nederlands woord voor de cashewnoot, namelijk: de olifantsluis. Vergeet dat woord alsjeblieft, want als je op de markt vraagt om tweehonderd gram noten van de oliefantsluisboom, dan begrijpt echt niemand wat je bedoelt.

Woorden en uitdrukkingen

Tot slot nog even een korte toelichting op een paar woorden en uitdrukkingen die ik in deze aflevering heb gebruikt. Ik zei “petje af” voor mensen die naar een bepaald land op vakantie willen en alvast een taalcursus doen. “Petje af” wil zeggen dat je respect of bewondering hebt voor iets of iemand. Dus jij hebt in twee jaar Chinees geleerd? Wauw, petje af!

Als iets niet veel om het lijf heeft, betekent dat letterlijk dat iets niet veel betekent, dat iets niet veel voorstelt of dat iets heel makkelijk is. Het bakken van pannenkoeken heeft niet veel om het lijf, mijn kennis van het Portugees heeft ook niet veel om het lijf, en de verzorging van een cactus heeft weinig om het lijf, enzovoort. Omgekeerd kun je, als iets ingewikkeld is of veel tijd kost, zeggen dat iets juist veel om het lijf heeft. Het maken van een podcast heeft bijvoorbeeld behoorlijk wat om het lijf, meer dan ik mij in eerste instantie had gerealiseerd.

Transcriptie

Oké, dat was het voor deze eerste keer. Vergeet niet je te abonneren op deze podcast. Als je de tekst van deze aflevering nog eens rustig wilt nalezen, klik dan op de link in de shownotes. De transcripties van de eerste paar afleveringen zijn gratis en die van latere afleveringen kun je lezen voor twee euro per maand of voor twintig euro per jaar. Dus klik op de link en kijk of de transcriptie voor jou nuttig is.

In die transcriptie vind je ook extra uitleg over een paar andere woorden en uitdrukkingen die ik in deze aflevering heb gebruikt, zoals “vreemde taal”, “ergens een eind mee komen” en “een woordje Spaans spreken”.

Als je met andere luisteraars van deze podcast in contact wilt komen, kijk dan eens op de Instagram-pagina van Van Dutch naar Nederlands.

Voor nu bedankt voor het luisteren en graag tot de volgende keer.

Hasta luego, また来週

Extra uitleg

(1) Voor mij is het Koreaans een vreemde taal. Dat betekent niet dat ik Koreaans een rare of abnormale taal vind. In deze context betekent vreemd: onbekend, buitenlands. Als een vriendin tegen je zegt dat zij op het feestje van vorige week alleen maar “vreemde gezichten” zag, dan bedoelt ze dat zij niemand kende, dat er alleen maar onbekende personen op het feest waren.

(2) Ergens een eind mee komen wil zeggen dat je je ergens goed mee kunt redden, dat je dankzij x/y/z geen grote problemen zult hebben. Stel, je wilt een nieuwe laptop kopen en je ouders geven je 500 euro. Dat bedrag is niet genoeg voor de laptop die je wilt, maar met die 500 euro kom je al een heel eind.

(3) Als je een woordje Turks spreekt, spreek je een beetje Turks. Geen vloeiend Turks, maar wel voldoende om baklava te kopen of met iemand over het weer te praten.

Ti piace questo post?

Offri un kopje koffie a Van Dutch naar Nederlands

Altro da Van Dutch naar Nederlands

PrivacyTerminiRapporto