Ramen (Japanse noedelsoep)

Ramen (Japanse noedelsoep)

Jun 08, 2026

Hoi, mijn naam is Mark. Leuk dat je luistert naar Van Dutch naar Nederlands. Deze podcast is bedoeld voor iedereen die wel graag Nederlands wil leren, maar die niet per se in Nederland of België woont.

Ramen (Japanse noedelsoep)

Ik was eerder dit jaar in Peking. Nou ja, ik was vooral op de luchthaven van Peking, want daar moest ik overstappen. Op de heenreis heb ik weliswaar een avondje in Peking rondgelopen, maar op de terugreis was de overstaptijd te kort om van de luchthaven naar het centrum te gaan. Dus terwijl ik een uurtje of vier op de luchthaven zat te wachten, kreeg ik inspiratie voor deze podcastaflevering over ramen, de Japanse noedelsoep die in bijna de hele wereld populair is. 

Op een gegeven moment ging ik namelijk naar het toilet en toen zag ik dat vlakbij de toiletruimte een zogeheten watertappunt was, dus een automaat waar je drinkwater kunt halen. Maar deze automaat was een stuk geavanceerder dan de drinkfonteintjes die je bijvoorbeeld op de luchthaven van Amsterdam ziet. Bij deze automaat kon je gekoeld water, water op kamertemperatuur en heet water krijgen. Geen warm water, maar echt heet water. En dus wat doen veel Chinese reizigers die snel wat willen eten? Die kopen op de luchthaven een beker of kom instantramen en doen daar heet water bij. Twee of drie minuten wachten en je hebt een prima maaltijd. Nou ja, niet supergezond natuurlijk, maar zo af en toe best lekker.

Wat is eigenlijk het verhaal achter ramen, en dan vooral achter instantramen? In China bestond al honderden jaren een soort soep met gele, elastische en gekrulde noedels. Ergens eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw werd deze noedelsoep geïntroduceerd in Japan en aangepast, met viskoekjes, gedroogd zeewier, oftewel nori, en plakjes geroosterd varkensvlees.

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog had Japan te maken met een groot tekort aan rijst. Daarom werd er door de Amerikanen een grote hoeveelheid tarwe naar Japan geëxporteerd. Van die tarwe werden noedels gemaakt, maar die noedels moesten natuurlijk nog wel een tijdje worden gekookt. Dat koken duurde véél te lang, vond een zekere Momofuku Ando. Momofuku Ando klinkt als een echte Japanse naam, maar in werkelijkheid werd de uitvinder van instantramen geboren in Taiwan, in 1910, toen Taiwan nog een Japanse kolonie was. Ando kwam in 1933 naar Japan en begon in 1958 te experimenteren met noedels. Hij probeerde van alles om de kooktijd van noedels te verkorten, maar hij kreeg dat niet voor elkaar (1), oftewel het lukte hem niet. De noedels waren te hard, te zacht, te plakkerig, te droog, te breekbaar, enzovoort. Maar Ando liet zich niet uit het veld slaan (2), hij gaf niet op.

Op een dag zag Ando hoe zijn vrouw in de keuken tempura maakte, stukjes gefrituurde groente of garnalen met een krokant laagje beslag. Dat bracht hem op het idee om ook de noedels eerst te frituren. Daarna goot hij kokend water op de gefrituurde noedels en na twee minuten hadden die een fantastische textuur. De rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis.

Een jaar of veertig geleden kenden blijkbaar nog maar weinig Nederlanders het woord “ramen”, in de betekenis van noedelsoep dan, niet als de ramen die je in je huis hebt en waardoor je naar buiten kijkt. Ik vond een artikel over ramen in de krant Trouw, uit 1993. Na het woord “ramen” had de redactie tussen haakjes als uitleg “Japanse sliertjespasta” gezet. Volgens mij gebruikt tegenwoordig niemand meer de term “sliertjespasta”, maar het is wel grappig om te zien hoe onze taal verandert. Volgens mij is het woord ramen nu ingeburgerd, terwijl het woord sliertjespasta bijna is verdwenen. Ook woorden kunnen dus inburgeren, net als migranten, al zeg je in het geval van woorden dat ze ingeburgerd zijn of ingeburgerd raken.

Ik vind “sliertjespasta” eigenlijk best een leuk woord, misschien moeten we dat maar weer eens gaan gebruiken. Trouwens, wat is in jouw moedertaal eigenlijk het woord voor ramen? Gebruiken jullie ook de Japanse term of heeft jouw taal een eigen woord? Ik ben benieuwd, laat het me weten op de Instagram-pagina van Van Dutch naar Nederlands.

Toevallig las ik net op internet een bizar nieuwtje met betrekking tot ramen. Een ramenrestaurant in het Japanse Osaka verkoopt dezelfde gerechten voor twee verschillende prijzen: een lagere prijs voor Japanssprekende klanten en een hogere prijs voor klanten die een buitenlandse taal spreken. Hoe dat kan? In dit restaurant staat een meertalig verkoopautomaat. Als klant moet je eerst een taal kiezen en daarna een gerecht. Als je kiest voor Chinees, Engels of Koreaans dan krijg je gerechten te zien die wel twee keer zo duur zijn als (3) de gerechten die je ziet wanneer je de Japanse taal selecteert.

Volgens de eigenaar van het restaurant gaat het om verschillende soorten ramen. De ramen die in bijvoorbeeld de Engelse versie wordt getoond, zou meer vlees en extra ingrediënten bevatten dan de Japanse versie en om die reden zou het eerlijk zijn dat buitenlandse toeristen meer betalen. En niet een klein beetje meer, maar wel het dubbele. 

Ik vind het een raar verhaal en eerlijk gezegd geloof ik de uitleg van de restauranteigenaar niet. Ik heb in Tokio trouwens weleens zo’n verkoopautomaat gebruikt, al was dat een automaat met alleen opties in het Japans. Maar er stonden plaatjes bij van de gerechten die je kon bestellen en dus wist ik wat ik kon verwachten. Volgens mij koos ik soba of udon, ik weet het niet meer precies. Hoe dan ook, ik gooide geld in de automaat en gaf mijn bonnetje aan een medewerker. Klaar is Kees, dacht ik. Dus niet. Deze medewerker hield in elke hand een stukje papier omhoog met daarop een Chinees karakter. Ik moest kiezen tussen het papiertje in zijn linkerhand en het papiertje in zijn rechterhand. Ik had geen idee wat die karakters — die ze in Japan kanji noemen, betekenden — en ik wees dus op goed geluk, op de gok, naar het papiertje in zijn rechterhand. En toen kreeg ik dus een rauw ei boven op mijn udon, in plaats van een gekookt ei.

Tegenwoordig is ramen overal ter wereld verkrijgbaar en superpopulair. Ook in Mexico, waar ik nu ben. In Mexico is één bepaald merk instantramen, namelijk Maruchan, bijna synoniem geworden aan ramen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de Maruchan-ramen niet echt lekker vind. De smaak van zowel de noedels als de soep vind ik maar zozo. Gelukkig heeft Mexico zijn eigen draai gegeven aan ramen, een eigen twist. Je hebt hier namelijk birria, een traditionele, pittige bouillon met daarin stukjes geitenvlees, rundvlees of lamsvlees. Meestal eet je deze birria met een stapel verse tortilla’s, maar je kunt er natuurlijk ook ramennoedels in doen en dan krijg je birriaramen. Wat mij betreft een geniale combinatie van Mexicaanse en Japanse kookkunst.

Als ik in Japan ben, eet ik trouwens het liefst Taiwan-ramen. Je zou denken dat Taiwan-ramen afkomstig is uit Taiwan, maar niets is minder waar. Taiwan-ramen is bedacht in Nagoya, de vierde stad van Japan, en de thuisbasis van autofabrikant Toyota. Wel is het zo dat de kok van oorsprong uit Taiwan kwam, net als Momofuku Ando dus. Deze Taiwan-ramen is veel pittiger dan de gemiddelde ramen en bevat flink wat knoflook en gehakt van varkensvlees. In de transcriptie staat een foto van een kom Taiwan-ramen. Als je toevallig een keer in Nagoya bent — kleine kans, maar je weet maar nooit — dan zou ik zeker een keertje deze ramenvariant proberen.

imageEen kom Taiwan-ramen, een gerecht uit de Japanse stad Nagoya. Bron: Wikimedia Commons

Tot slot nog een paar verbijsterende statistieken met betrekking tot ramen. Volgens de World Instant Noodles Association is China de absolute koploper als het gaat om de consumptie van instantramen. In 2024 werden daar bijna 44 miljard porties instantramen genuttigd. Nuttigen is een formeel klinkend alternatief voor eten. Maar goed, China is natuurlijk een gigantisch land en als je naar de consumptie per hoofd van de bevolking kijkt, dan ziet de ranglijst er heel anders uit. De absolute koploper is dan Vietnam. De gemiddelde Vietnamees eet per jaar maar liefst 81 porties instantramen, twee porties meer per jaar dan de gemiddelde Zuid-Koreaan. Nummer drie is Thailand, waar gemiddeld 58 porties per persoon per jaar worden genuttigd. De gemiddelde Nederlander komt nog niet eens aan 5 porties per jaar. Dat is al niet veel, maar de consumptie van noedelsoep in België heeft nog minder om het lijf. De Belgen eten gemiddeld maar 2,5 keer per jaar noedelsoep. Alles bij elkaar opgeteld werden er in 2024 wereldwijd ruim 123 miljard porties instantramen geconsumeerd, een duizelingwekkend groot getal dus.

(Uit)leenwoord

Omdat deze aflevering voor een deel over Japan gaat, heb ik gekozen voor een uitleenwoord dat in het Japans is terechtgekomen. Het gaat om het woord randoseru (ランドセル). Als je weleens Japanse anime hebt gezien die zich op een lagere school afspeelt, dan heb je vast ook wel kinderen met een randoseru op hun rug gezien, de van leer gemaakte, bijna vierkante rugtas. Randoseru is afgeleid van het woord “ransel”, de rugtas die soldaten gebruiken. Ook in Japan werd de ransel of randoseru in eerste instantie door soldaten gebruikt, maar eind negentiende eeuw werd die op Japanse basisscholen geïntroduceerd. En daar wordt hij tot op de dag van vandaag gebruikt.

Uitdrukkingen

Aan het eind van de transcriptie van deze aflevering vind je meer informatie over een paar woorden en uitdrukkingen die ik vandaag heb gebruikt, zoals “iets voor elkaar krijgen” en “zich niet uit het veld laten slaan”. In de podcast zelf wil ik het nog even hebben over de uitdrukking “Klaar is Kees”. Je gebruikt die uitdrukking vooral wanneer je een eenvoudige taak of klus hebt afgerond of wanneer je aan iemand uitlegt hoe hij of zij iets moet doen. Bijvoorbeeld: “Het aanmelden gaat heel eenvoudig: je scant de QR-code met je telefoon, typt je e-mailadres in en klaar is Kees!” Maar als jij nog nooit een breinaald hebt vastgehouden en jouw vriendin heeft je net in een half uur uitgelegd hoe je zelf een trui kunt breien, dan is het een beetje raar als zij na de lange uitleg zou zeggen: “En klaar is Kees”. Anders gezegd, en om nog eens een uitdrukking uit de vorige aflevering te herhalen: “Klaar is Kees” gebruik je alleen voor dingen die weinig om het lijf hebben.

Transcriptie

Oké, dat was het voor vandaag. Als je de tekst van deze aflevering nog eens rustig wilt nalezen, klik dan op de link in de shownotes. De transcripties van de eerste paar afleveringen zijn gratis en die van latere afleveringen kun je lezen voor twee euro per maand of twintig euro per jaar. Dus klik op de link en kijk of de transcriptie voor jou nuttig is.

Voor nu bedankt voor het luisteren en graag tot de volgende keer.

Hasta luego, また来週

Extra uitleg

(1) Iets wel of niet voor elkaar krijgen betekent dat iets wel of niet lukt. Voorbeeld: het lukt mij niet of verbinding te maken met de draadloze printer. Ik heb van alles geprobeerd, maar ik krijg het niet voor elkaar. Als je na veel tijd en moeite toch verbinding hebt met de draadloze printer, kun je zeggen: ik heb het eindelijk voor elkaar.

(2) Zich (niet) uit het veld laten slaan wil zeggen dat iemand niet opgeeft, ondanks tegenslag. Voorbeeld: nadat zij voor het eerst twintig kilometer had gewandeld, had zij de volgende dag vreselijke spierpijn. Maar ze liet zich niet uit het veld slaan en na een paar maanden trainen, haalde ze probleemloos afstanden tot wel dertig kilometer per dag.

(3) Het is twee keer zo duur als of twee keer duurder dan. Nederlanders zeggen dit heel vaak fout en je zult vast weleens iemand hebben horen zeggen dat zijn tuin groter is als die van de buren of dat een biertje op een terras nu twee keer zo duur is dan vijf jaar geleden. Sommige taalwetenschappers zeggen dat groter als over vijftig jaar als correct Nederlands zal worden gezien, maar vooralsnog (voorlopig, op dit moment) is het een taalfout. Maar wel een veelgemaakte taalfout.

Enjoy this post?

Buy Van Dutch naar Nederlands a kopje koffie

More from Van Dutch naar Nederlands

PrivacyTermsReport