Dit nooit meer. Om het nooit meer te vergeten, schrijf ik het even neer voor mezelf.
4 oktober 2025, Werelddierendag, is een dag die, ondanks de benevelde toestand waarin ik me bevond, nog gebrand staat op mijn netvlies. Ik zat op mijn bed en Monne, mijn 10-jarige zwarte kater zat op de vensterbank voor het donkere raam. Tien jaar geleden heb ik hem als klein ukkie gered van een gewisse dood op een drukke Leuvensesteenweg. Ik gaf hem het leven en heb gezworen hem nooit in de steek te laten en altijd voor hem te zullen zorgen. Daar zat hij dan, met zijn grote geelgroene ogen naar me te kijken, toen ik verkrampt fluisterde dat ik niet meer kon en dat ik mijn belofte aan hem ging verbreken.
Redenen om te drinken bestaan niet, het zijn altijd valse voorwendselen. Eentje kan toch geen kwaad. Je kan toch dagen zonder alcohol en je kan ook op tijd stoppen. Dat zijn woorden die een verloren ziel wil horen. Het verderfelijke eerste glas was uit mijn geheugen verbannen, alsook het is altijd de eerste slok en nooit de laatste. Niets of niemand is het waard dat ik weer ga drinken, maar dat was buiten mezelf gerekend. Leegte, doelloosheid, eenzaamheid, verstikt in een toxische relatie, altijd aanwezige pijn, het waren allemaal excuses. Uitvluchten om niet nuchter door het leven te moeten gaan.
Maar ik had het recht om mezelf te verdoven, toch?
Toen keerde ik me om, zodat ik niet meer naar dat angstige snoetje, dat niet goed wist wat er aan de hand was, hoefde te kijken. Ik moest het nu doen, anders ik durfde niet meer. En hoe graag wou ik wegvluchten uit dit gekwelde verwrongen bestaan, gedrenkt in alcohol. Ik had dit al zolang voorbereid. Zelfs mijn psychiater was op de hoogte van mijn indien-nodig-vluchtplan, waar ik tot nu toe nooit gebruik van had gemaakt. Ik slikte de 98 tabletten in. Smelttabletten, die ik al maanden daarvoor uit de strips had gehaald en in een potje bewaard had, mijn indien-nodig potje.
Na meer dan 13 jaar nuchter leven op een ietwat kronkelend pad, maar wel eentje dat altijd ergens naartoe leidde, was ik weer struikelend in de berm met netels beland. De tijd van flessen kopen in verschillende winkels, leeggoed dat zich opstapelde in mijn veranda en smoesjes verzinnen om ergens niet aanwezig te kunnen zijn, was weer aangebroken. Er was geen verschil meer tussen dag en nacht, maandag of zaterdag. Zelfzorg was weggegomd op mijn to-do-lijstje. Slapen, eten, lichamelijk welzijn, het ging allemaal verloren in een roes tussen leven en dood.
Dankzij vastberaden mensen die me nog niet wilden laten gaan, kan ik dit navertellen. Gelukkig en weer nuchter, zoals een alcoholist behoort te zijn.
- Cademo
Foto Christine Selleslagh
